Duidelijkheid aan de linkerzijde

Jan Blommaert

Afbeelding

Wat moet een links mens zoals ikzelf met wat wordt voorgesteld als een broedertwist: het gekissebis tussen de sp.a van Bruno Tobback en de PVDA+ van Peter Mertens? Sinds het opstarten van de campagne enkele weken terug vliegen beide elkaar constant in de haren – overigens niet enkel aan de Vlaamse maar ook aal Franstalige zijde.

Het kernargument daarbij is: de doorstoot van de PVDA+, een partij echt wel de wind in de zeilen lijkt te hebben, “verdeelt links” en riskeert dus op iets langere termijn de rechtse krachten te bevoordelen. Dat wil je uiteraard niet als linkse kiezer.

Tenzij je er even over doordenkt. Een eerste bevinding is dat “links verdelen” een mooi en mobiliserend eufemisme is voor iets veel eenvoudigers: de sp.a verzwakken. Het argument is een constante doorheen de jaren: telkens wanneer de sp.a onder druk staat vanuit linkse hoek komt het uit de lade. Het heeft maar een doel: die linkse kritiek op de sociaaldemocratische “beleidspartij” smoren en alsnog voldoende stemmen vanop links te rapen. En het wordt ondersteund met een baseline die eveneens een constante is: zonder ons (lees: sp.a) zou het nog veel en veel erger zijn.

Het argument is vandaag flinterdun op minstens twee gronden. Ten eerste zijn er de harde cijfers. De recente peilingen toonden aan dat de PVDA+ stemmen haalt bij een voordien rechts electoraat, en dat het stemmenverlies van de sp.a ook zonder de opmars van de PVDA+ een feit zou zijn. Het is dus niet de PVDA+ die de sp.a verzwakt, het blijkt de sp.a zelf te zijn. En dat brengt ons bij de tweede reden.

Kijk naar het beleid van de sp.a. Als links mens bloedt je hart wanneer je de staat van dienst en de programmapunten van de sp.a bekijkt. Wat die staat van dienst betreft, wanneer de sp.a systematisch maatregelen ontwikkelt en goedkeurt die volkomen haaks staan op wat links zichzelf doorgaans als principes en politieke richting voorhoudt, dan mag de partij niet schrikken wanneer de linkse kiezer vragen stelt bij het linkse gehalte van de Vlaamse sociaaldemocratie. Eerder dan de hervormers van het kapitalisme – de oorspronkelijke belofte van de sociaaldemocraten – werpt de sp.a zich in woord en daad op als de levensverzekeraar ervan, de partij die een onvolmaakt kapitalisme middels wat sociale correcties tot een perfect systeem beweert te maken.

Dat is best mooi als ambitie, maar men mag er niet van schrikken als de linkse kiezer dat nobele streven niet kritiekloos onderschrijft.

Wat de programmapunten betreft: de sp.a zet zwaar in op de fraudebestrijding van John Crombez. Dat is prima, ware het niet dat fraudebestrijding de structurele en sterk toenemende inkomensongelijkheid niet wegtovert. Een topmanager die vlijtig belastingen betaalt op een inkomen van 2 miljoen tegenover een poetsvrouw die hetzelfde doet op een inkomen van 14.000 Euro: de kloof blijft dezelfde. En net op het vlak van structurele ingrepen die de stijgende ongelijkheid in onze samenleving moeten beteugelen blijft de partij heel erg stil.

De slordige vertoning van de partij – ik druk me voorzichtig uit – in het BAM-dossier afgelopen week is evenmin van aard veel linkse kiezers te bekoren. Er werd gelogen, gemanipuleerd en gescholden op het middenveld dat het een lieve lust was. Caroline Gennez nam daarin als Antwerps lijsttrekker het voortouw. Het zal haar bezuren wanneer de campagne op dreef komt.

Het probleem dat de sp.a heeft ligt dus niet bij de PVDA+. Het zou goed zijn indien de partij in eigen hart zou kijken en wat ouderwetse zelfkritiek zou beoefenen. Die zelfkritiek gaat best wat verder dan “communicatie” en “perceptie”, want als de linkse kiezer zich afkeert van de sp.a is dat niet omwille van cosmetische redenen: het is op grond van solide inhoudelijke argumenten. Als de partij bij de linkse kiezer wil scoren, zal ze zichzelf flink wat linkser moeten opstellen – en niet enkel in communicatie en perceptie.

Intussen blijft het bekvechten doorgaan. De pesterijen eveneens, en het zou ronduit zielig zijn als de sp.a om de PVDA+ te bekampen haar toevlucht zou moeten zoeken bij dingen zoals het weigeren van een nationaal lijstnummer voor de PVDA+, of het weren van die partij uit de Stemtest – allebei zaken die een effect op de uitslag zullen hebben. Ook dat soort kleinzielig prutswerk bergt men best op waar het hoort: bij de oude politieke mores die in het tijdperk van Facebook hun vervaldatum hebben bereikt.

Laat de kopstukken van de partijen gerust voort doen met een scherp en gespierd inhoudelijk debat. Want eerder dan een verdeeldheid binnen links begint het meer en meer te lijken op een gezond debat tussen links en het centrum eerder dan tussen links en links. Het debat maakt die breuklijnen duidelijk, en dat is goed.

Het kan maar opnieuw een debat binnen links worden wanneer de sp.a zich aan die kant plaatst. En wat dat betreft heeft de partij, samen met de PS trouwens, nog heel wat werk voor de boeg.

Advertenties

Growfunding: een gieter vol ideologisch gemanipuleerde organismen

Afbeelding

Pascal Debruyne en Robrecht Vanderbeeken

De nieuwe trend om van uw wijk een betere wereld te maken, heet ‘Growfunding’. Dat is een door de overheid gesteund opwaarderingsproject om mensen aan te zetten tot crowdfunding van allerlei sociale en sympathieke doelen in het stedelijk weefsel. Dat is op zich natuurlijk positief en waardevol.  Wie heeft er nu iets tegen gemeenschapsvorming en warmere relaties tussen mensen in de alledaagse sfeer van de buurt? En, vooral als ze die opwaardering grotendeels uit eigen zak betalen.

Toch heeft het ook een bijzonder problematische schaduw. Het is wellicht leuker dit te negeren en het ‘feel good-sfeertje’ niet te verstoren. Maar we weten sinds lang dat de weg naar de hel geplaveid ligt met goede intenties. Hierbij enkele kritische kanttekeningen want debat lijkt ons in deze onontbeerlijk in het maken van de toekomstige stad.

Crowdfunding als beleid is volksbedrog

Er is Growfunding en crowdfunding, en dat is al twee. En daarnaast bestaat er nog een waaier aan autonome initiatieven die op dezelfde golf van ‘autonomie’ en ‘zelfzorg’ surfen. Dus wat is er nu precies waardevol genoeg om in het licht te stellen en waar is dan de schaduwkant?

Ten eerste, sociale en culturele crowdfunding, als particulier initiatief, is als principe natuurlijk geen probleem. De autonomie van initiatieven wordt zo financieel vergroot, en daardoor ook de slagkracht en het bepalen van de specifieke missie en doelen. Op zich is crowdfunding misschien een nieuw buzzword, maar er bestaan vergelijkbare strategieën. Denken we maar aan de vrijwilllige bijdrages bij anarchistische volxkeukens, de fondsenwerving van DeWereldMorgen, de “100 sterke schouders actie” van de Beweging Recht op Wonen om het Housing First-project te ondersteunen voor Slovaakse Roma in Gent, of zelfs aan straatwervers voor NGO’s die er hun autonomie mee kopen. Autonomie verzekeren is immers ook materieel ruimte creëren voor tegenspraak.

Maar dat wordt wel een probleem zodra de overheid dit als een beleid begint te hanteren. Vanuit links perspectief betekent dat immers dat heel het idee van de sociale strijd voor een rechtvaardig herverdelingsbeleid nu wordt ingeruild voor een responsabiliseringsbeleid. Dit gaat onvermijdelijk ten koste van de middelen die nodig zijn om een democratie uit te bouwen in de alledaagse sfeer van de stad, via concrete praktijken van onderuit en basisdiensten. Deze organisaties worden immers aangezet om nu andere financiële vetpotten te zoeken bij de burgers.

De overheid schuift zo haar verantwoordelijkheid door naar de bevolking. Crowdfunding is dan een vorm van privatisering. Power to the people wordt dan: beste burger, red Uwzelf! DIY droeg ooit een punkige dimensie in zich, maar dreigt hier vast te lopen in een vreemd controlediscours. De overheid bestuurt op afstand door de morele codes van zelfzorg in de hoofden van burgers te prenten.

Als de overheid ‘crowdfunders’ betaalt om fietspaden en allerhande infrastructuur als parken in ‘pop-up’ vorm’- op te zetten[i], is dat dan om te maskeren, of zelfs om mee aan te klagen dat ze zelf faalt in haar publieke aanbod naar burgers? Vinden we het dan normaal dat burgers in de 19de eeuwse gordel van de stad niet alleen ongelijk behandeld worden in hun toegang tot diensten, gelijke kansen en publieke ruimte, maar ze nu ook zelf dat park maar in elkaar moeten knutselen met steun van welwillende geldschieters? Toont dit niet vooral dat het sociaaldemocratische stadsbeleid al jaren geleden zoveel meer had moeten inzetten op meer natuur en leefbaarheid, en vooral ook in sociale rechtvaardigheid, in deze volgebouwde autostad?

Organiseert de overheid op deze manier haar eigen oppositie niet, om zo die oppositie naar haar hand te kunnen zetten door ze dood te knuffelen? Is deze bedrieglijke ‘warme samenleving’ dan een stap vooruit op een kille, afstandelijke staat? Over wat gaat het eigenlijk: met het warme growfundingproject trachten enkele politici zich te laten opmerken met enkele duizenden euro’s steun terwijl die kille staat intussen wel net voor een veelvoud aan middelen in nieuwe riolen voorzag in de straat om de hoek, of de bus die net passeerde.

Steun voor burgerinitiatieven, …als het uitkomt

Ten tweede, dreigt ook dit ‘growfunding’ initiatief, als typevoorbeeld van ‘civiele crowdfunding’, overigens niet al vlug tegen dezelfde muren te lopen als de rest van het middenveld wanneer ze (té) politiek wordt? Problematisch is dat het inzake growfunding van belang is de beoogde relatie tussen burgerinitatieven en overheid door te denken, zeker als het dan gaat om een politiek of sociaal-maatschappelijk project.

Bijvoorbeeld, onlangs werd zo’n politiek initiatief vanuit de Vlaamse overheid nog gekelderd: het verzet tegen de Oosterweelverbinding en het alternatief Mecannotracé van Straten-Generaal en Ademloos. In een poging recht te praten wat scheef staat, schreef Caroline Gennez (Sp.a) prompt een dubbeltongige column om participatieve democratie dan maar verdacht te maken, zelfs te bespotten. Het pleidooi voor ‘deliberatieve democratie’, waar alle belangen worden meegenomen en alle stemmen rationeel zouden moeten verstrengelen, wordt hier als holle retoriek misbruikt om een ondemocratisch en ecologisch-destructief beleid goed te praten. Hiermee wordt pijnlijk duidelijk welk politiek potentieel er getolereerd wordt in de huidige politieke context in Vlaanderen: als initiatieven beleidsondersteunend zijn, worden ze doodgeknuffeld. Vormen ze een bedreiging vormt, dan worden ze al vlug monddood gemaakt.

We zijn allemaal kleine kapitalistjes?

Ten derde. De makkelijkste repliek op kritiek is dat crowdfunding een huis met vele kamers is. Laten we één zo’n kamer van dichter bekijken. Een mooi voorbeeld daarvan is de oproep van minister Geens (C&DV) onlangs om jongeren via crowdfunding warm te maken om te beleggen in bedrijven. Laat spaarders investeren in starters, klonk het. “Waarom zouden jonge mensen bijvoorbeeld niet eens 300 euro van hun eindejaarspremie in een crowdfundproject steken?’”

Drie vliegen in één klap, zal de bankier in Geens gedacht hebben: (1) jongeren leren beleggen en dus afhankelijk maken van het casinokapitalisme, eindelijk kunnen hun zuurverdiende extraatjes nu ook als speelgoed voor beleggers gebruikt worden, ‘zuurstof’ voor speculanten en andere vampieren (2) al dat ‘slapend’ spaargeld losgewrikt krijgen voor beursgenoteerde bedrijven, die desondanks op miljarden cash zitten, maar dat niet durven investeren omdat ze de vrije markt in tijden van overproductiecrisis terecht te onvoorspelbaar en veel te risicovol vinden, (3) de overheid kan doen alsof ze een ‘progressief’ beleid aan het voeren zijn.

Een vooruitstrevend neoliberaal beleid weliswaar: een steunbeleid voor bank en beurs. De grootste ‘crowdfunding’ van de laatste jaren is nochtans het redden van de banken geweest, om dan vooral niets te veranderen aan de graaipathologie van decandente toplonen en bonussen. Wie houdt wie hier eigenlijk voor de zot?

Een crowdfundingbeleid legt de betere, bestaande crowdfunding droog

Vanuit rechts perspectief bekeken, resulteert een crowdfundingbeleid ook nog eens tot ‘een verstoring van de markt’. Dat klopt deels ook, want crowdfunding is al jaren in gebruik door organisaties die mensen weten te motiveren voor een goed doel. De hoeveelheid extra euro’s die een gewone mens kan vrijmaken voor een goed doel, is sowieso beperkt. Door crowdfunding te promoten, komt er teveel druk op dit principe te staan.

Er is immers een al een bonte verzameling aan zogenaamde liefdadigheidsinstellingen die allerhande promopakketjes opsturen – briefpapier, schrijfgerief, EHBO-prul, sleutelhangers – om zo toch maar genoeg op het schuldgevoel in te spelen in ruil voor een beetje steun aan een of ander project. Dat werkt niet alleen averechts, mensen krijgen van al dat gesjacher niet ten onrechte een afkeer en vinden daarin vooral een excuus om het naast zich neer te leggen, het merendeel van de inkomsten wordt daarbij helaas verspild aan dit promotioneel management.

Kortom, nu de overheid ook crowdfunding heeft ontdekt, vooral om dan zichzelf als ‘progressieve’ beleidsmaker in de kijker te zetten, kijken wij aan tegen verzadiging van de ‘markt’ waarbij de oorspronkelijke, humane initiatieven nu uit de crowdfundingsconcurrentie worden gedreven door initiatieven die een ‘return’ beloven.

Naastenliefde is nooit neutraal

Het ‘sociaalvoelende’ geld van de growfunding, wordt voorgesteld als een manier om de betrokkenheid van mensen te vergroten. Het zou de meststof zijn voor een warme samenleving. Dat geld op zich reeds ‘een sociale relatie’ is, wordt hier wel keurig onder de mat geveegd: geld draagt nu eenmaal inherent ongelijke machtsrelaties in zich. Er zijn nu eenmaal de haves en de haves not.

Doen alsof dit mechanisme van nieuwe geldschieters neutraler is dan een overheid is dus onzin, al valt natuurlijk ook veel te zeggen over de positie, sturing en inmenging van ‘de overheid’. Zeker vandaag, nu politiek meer en meer ‘geprivatiseerd’ lijkt te worden, dat wil zeggen, ten dienste van de patroons en het kapitaal.

Is crowdfunding neutraal? Het amalgaam van ‘small-scale funders’ zal sowieso zijn stempel drukken op het project. Naar wiens evenbeeld wordt de stad dan vormgegeven? Zoals bij stadsontwikkeling van bovenaf, met name het vorm geven van de stad op leest van de kapitaalkrachtige tweeverdiener, lijkt het er steeds meer op dat nu ook stadsvernieuwing van onderuit, gestuwd door crowdfunding, in handen komt van één bepaalde klasse, soms ook ‘de creatieve klasse’ genoemd. En dat terwijl de sociale noden en belangen in de superdiverse stad altijd maar toenemen.

Sociaal beleid met neoliberale hefbomen?

Dat brengt ons, ten vierde, naar de ‘sociale’ kern van ‘growfunding’. Begin deze week verscheen een warm verhaal in de krant: Dakloze kan dankzij crowdfunding terug naar Jamaica. Het had een idee van Maggie De Block kunnen zijn. Illegaal? Naar huis, naar de gevangenis, …of zet uw hoop op crowdfunding? Al die mensen met hun kritiek op haar beleid, zo zou ze kunnen zeggen, ze zouden beter stoppen met die morele chantage en ook wat aan crowdfunding doen.

Naast Geens, zoekt vooral Yamila Idrissi (Sp.a) de toekomst in crowdfunding. Zij ziet het eerder als ‘sociale proeftuinen’ van waaruit maatschappelijk experiment kan groeien. Ze geeft het meteen ook een ecologische toon mee, om het allemaal wat binnen het thema ‘transitie’ te kaderen. Vorige week twitterde ze dat de overheid de crowdfundingprojecten die goed lopen, zou moeten subsidiëren: één euro van de overheid voor elke euro die opgehaald wordt. Het leverde de Brusselse lijsttrekker voor het Vlaamse parlement een artikeltje in De Tijd op, waarin ze voor de gelegenheid benadrukte dat ‘growfunding’ startende ondernemers ook niet mag uitsluiten, zodat growfunding kan uitgroeien tot een volwassen onderneming. Om daar in de trend van De Tijd wat op door te gaan: laten we niet vergeten dat de decandente Tax Shelter uiteindelijk een crowdfunding voor bedrijven is, waarbij die dikwijls een return  160% op hun investeringen genereren, de credits als genereuze sponsor niet meegerekend.

Op een debat in de Beurschouwburg vorige vrijdag verklaarde ze dan weer wel ‘kritisch’ te zijn ten aanzien van crowdfunding, maar ‘Growfunding’ was toch een uitgelezen middel om mensen te motiveren tot gemeenschapswerking en politieke actie. Het zou zelfs een goede manier zijn om te testen welke sociale initiatieven ‘succesvol’ zijn en kunnen uitgroeien.

Los van het feit dat het natuurlijk uitermate problematisch is te veronderstellen dat iets maar maatschappelijk relevant kan zijn als er geld voor opgehaald wordt, zijn burgerinitiatieven op zich natuurlijk wel zinvol. Want, de overheid is immers nooit de perfecte hefboom geweest, of noem het de emancipatorische ontwikkelingsmotor, die er soms ideaaltypisch van gemaakt wordt.  In de permanente dynamiek die samenleven nu eenmaal is, zijn er altijd wel tekorten en onbeantwoorde noden die moeten worden aangeklaagd en aangepakt door initiatief van onderuit. Denk maar aan de wijkgezondheidscentra of kringloopwinkels die vanuit de marges met creatieve middelen uitgroeiden tot belangrijke, structurele partners in onze verzorgingsstaat en de voorzieningen van diensten.

Het is die doorgroei, zeg maar ‘het gelijkmakende proces’, dat zo belangrijk is als we solidariteit willen verdiepen en verruimen naar nieuwe groepen, naar de eisen en claims die opduiken overal in de stad. Onontbeerlijk in dat proces van ‘gelijkheid’ is de overheid. Precies de plaats, functie en rol van de overheid maakt het verschil in een links versus rechts participatieverhaal.

Ideologische zwaartekrachtpanne

De kern van onze bezorgdheid is dat het ideologisch kompas hier ook gemakkelijk kan tilt slaan, of erger: omslaan in een rechts-conservatief project van zelfhulp. Voor de duidelijkheid: een rechts beleid kunnen we als volgt samenvatten: responsabilisering (‘voor wat, hoort wat’), geen sociale zekerheid maar de voorwaardelijke naastenliefde (crowdfunding), en verder toenemend opvoedkundige repressie (bijv. GAS-boetes en ‘ouderstages’). Daartegenover staat een links beleid dat ook een universele rechtendimensie in zich moet dragen. Een links beleid staat dan voor een emancipatie- en herverdelingsbeleid. Dat betekent (1) een beleid dat voor iedereen is, (2) door en dus van iedereen, en (3) verplicht. Om samen vrijheid en gelijkheid mogelijk te maken.

Onze bezorgdheid is niet onterecht, want het gevaar loert om onze eigen hoek: ‘The Big society’, alsook ‘participatiemaatschappij’, zoals ze dat in het ‘vooruitstrevende’ Nederland al een tijdje kennen. Kort samengevat: de overheid trekt zich dan terug in een nachtwakersfunctie of ‘minimal state’ als het gaat om het sociale, terwijl de bevolking en vooral kwetsbare groepen geactiveerd worden om zelf de handen uit de mouwen te steken en verantwoordelijkheid op te nemen. Hup uit uw Hangmat!

Als je echter alleen de wilde weldoener laat beslissen, dan zijn de aberraties voorspelbaar. Ten eerste, alleen wie geld heeft, kan dan beslissen voor welke projecten er steun wordt gegeven, en doorgaans zijn dat die projecten waarbij de weldoener er volgens de eigen waarden en belangen het beste uitkomt. De meest noodzakelijke en meest emanciperende initiatieven hoeven zo helemaal geen voorrang te krijgen, wel ‘de leukste’. ‘Vind ik leuk’-wedstrijdjes, zeg maar.

Ten tweede, de steun is dan ook volledig afhankelijk van de willekeur van de naastenliefdemarkt. Ludwig Forest, adviseur bij het Centrum voor Filantropie van de Koning Boudewijn stichting, bewandelde dit pad op het Growfundingdebat in de Beursschouwburg kritiekloos: “Filantropie is niet voorbehouden voor erg grote vermogens. We kunnen ons allemaal voor het algemeen belang inzetten“. Maar met een beetje recessie is het dan al meteen gedaan met de solidariteit. Dan is het weer ieder voor zich.

Ten derde, problematisch is dat de weldoener geniet van een ‘geefwinst’ en ook al is dat niet per definitie fout, daar zit al vlug een geurtje aan. Het gaat bijvoorbeeld ook over bedrijven die inzake fiscaliteit de kantjes er creatief af lopen, maar ter compensatie en in het belang van een sympathiek imago er wel met veel poeha prat op gaan te benadrukken hoe genereus zij toch wel zijn. De minder vermogende medemens, daarentegen, is ook inzake crowdfunding ‘nutteloos’, tenzij aan ontvangstzijde.

Het probleem met growfunding is dus niet alleen dat er veel energie moet gaan naar het genereren van middelen (zijn de huidige subsidies voor het promoten van het idee ‘growfunding’ bijvoorbeeld wel in verhouding met de opbrengst?), maar dat de overheid de zorg afwentelt op een markt aan initiatieven, die via onderlinge competitie, een goed doel moeten verkopen. Dat moet dan ‘empowerment’ worden genoemd, het steunen van de burger om zelf het heft in eigen handen te nemen, niet te wachten op die ‘verdomde’ oubollige overheid en het juk van die kille verzorgingsstaat af te schudden.

Maar ‘bien étonnés de se trouver ensemble’, kunnen neoliberalen deze ‘derde weg’ alleen maar aanmoedigen: politici die een geefcultuur promoten en in tijden van sociale afbraak hun energie richten op crowdfunding-spielerei om wat te werken aan het gemeenschapsgevoel (met nadruk op ‘gevoel’). De civiele maatschappij zorgt zo zelf voor de zorg, waardoor de overheid afgebouwd kan worden, of meer middelen vrij kan maken voor ‘veiligheid’ en ‘economische groei’.

Paradoxaal is dat de minimale nachtwakersstaat toeneemt op sociaal en cultureel vlak, terwijl ‘the Big State’ springlevend is wanneer het gaat om economische regulatie (bedrijven redden, bonussen en banken rechtop houden).

Recht op de Stad als toekomstdroom

Om even vooruit te lopen: de reacties op deze bedenkingen zijn voorspelbaar. De ‘nettowinst’ van growfunding is toch positief? ‘Die mensen’ worden nu toch ten minste geholpen? Die woordenkramerij van die linkse cultuurpessimisten alweer, wat stellen zij dan voor misschien? Niets doen en wachten op de revolutie? Haha, utopisten, pfft, oubollige linkse kerk, emoticon, Etc.

Voor alle duidelijkheid, nogmaals: het is natuurlijk goed dat de civiele maatschappij zich organiseert, maar de overheid mag zich hier niet achter wegsteken. Het is duidelijk geen ‘en-en’ verhaal voor de overheid, om de eenvoudige reden dat de energie en middelen die nu naar een crowdfundingbeleid gaan, niet aan een sociaal herverdelingsbeleid besteed kunnen worden, dat in principe wel in de eerste plaats precaire groepen vooruit moet helpen.

Een sociale overheid daarentegen, moet zich op haar kerntaak richten en niet, om zich electoraal interessant te maken en haar eigen falen te camoufleren, zichzelf gaan wentelen in het engagement ‘van onderuit’, in de hoop op een sociaal imago bij een middenklasse kiespubliek.

Na de crisis van 2008 is er domweg niets veranderd aan de oorzaken van de crash. Omdat we nog steeds volledig gekneveld zitten in een neoliberale pensee unique die voortdurend verder uitdeint. Het ontbreken van een fietspad of een pop-up park in Brussel wordt tegen die achtergrond een erg wrange kwestie die samenhangt met de vraag “Waar is het gemeenschapsgeld dan naartoe?” en “Wie is er daarvoor verantwoordelijk?”.

Hoe tof deze projecten ook zijn, zonder een politieke inzet (en dus de claims van ‘gelijkheid’) veranderen ze fundamenteel niets. Ze zorgen vooral voor een ‘behoud’ van de huidige crisissituatie: containing capitalism. De overheid steunt hier dus initiatieven die burgers ook zelf wel ineen kunnen steken, en creëert zo een ‘warm gevoel’, dat het politiek potentieel wegneemt om echt iets te veranderen, en die verandering ook echt te verwachten van ons politiek bestel.

Burgerinitiatieven moeten uitgaan van “het Recht op de Stad” zoals Henri Lefebvre dat in de geest van mei ’68 bedoelde. Volgens Lefebvre moet er gestreefd wordt naar radicale verandering van machtsrelaties, waar het sociaal samenleven het voor het zeggen heeft tegen de allesomvattende commodificatie en autoritaire politiek in. Elke inwoner heeft recht op rechtstreekse participatie in stadsontwikkeling en toe-eigening van de stedelijke ruimte. Door de nadruk te leggen op begrippen als ‘autogestion’ en concrete ‘utopie’ (‘an illuminating virtuality’), formuleert Lefebvre zijn geloof dat burgers in ‘het hier en nu’ zelf de toekomstige ‘horizon’ van de stad mee kunnen bepalen. Volgens hem dienen er tegenruimtes gecreëerd te worden, waar zich autonome praktijken en projecten van stadsbewoners kunnen ontvouwen. De sociale productie van de stedelijke ruimte is een ‘wordingsproces’: een zich-ontvouwende toekomstige horizon die onbepaald is.

Progressieve newspeak

Betekent dit alles dat we goede doelen dan maar niet moeten steunen? Nee dus. Maar een progressief sociaal beleid is wel iets anders dan een ‘civiel crowdfundingsbeleid’. En zogenaamd sociaal bewogen politici die zich in verkiezingstijd willen laten opmerken, moeten kunnen verdragen dat hun goedbedoelde ‘innovatie’ niet door iedereen met applaus als progressieve spitstechnologie wordt onthaald.

Er lijkt een markt ontstaan van woordendraaierij, waarbij allerlei progressief klinkende begrippen, ontdaan van hun emancipatorisch potentieel, ons in tegenovergestelde richting sturen. Vooral N-VA is marktleider in die woordendraaierij: vakbonden en de sociale beweging zou ‘conservatief’ zijn. Zij, de conservatieven, willen wel ‘vooruitgang’, tegen de ‘traditionele’ partijen in. ‘Het socialisme is asociaal.’, ‘war is peace’, doubleplus duckspeak zou Orwell zeggen.

Gisteren lazen we op de site van Knack het tenenkrullende stukje waarbij N-VA zegt dat ze ‘a-sociaal’ zijn, maar dat dit eigenlijk ‘anders sociaal’ betekent. Zou zouden de echte sociale samenleving voor staan: het ‘warme nest’ van de natie. Zij zouden zelfs de oplossing voor het ‘neoliberalisme’ zijn, want neoliberalisme zou betekenen ‘allemaal individuen naast elkaar’. Door zich van de eigenlijke politiek-economische betekenis van deze term te ontdoen, lijkt het probleem ineens opgelost.

Deze continue twist in newspeak, dit Vlaams surrealisme zeg maar, is misschien wel het meest opmerkelijke aan deze verkiezingsstrijd. Namelijk, dat net de meest behoudsgezinde partij zich weet te profileren met een lege betekenaar als ‘veranderen voor vooruitgang’. Daar tegenover staat dan ondermeer een sociaaldemocratische partij die van zichzelf beweert dat zij hiervoor het enige alternatief zijn. Zij zijn dé ‘progressieven’ – de term ‘links’ ligt electoraal blijkbaar wat moeilijk tegenwoordig. Helaas zetten zij los van alle mooie woordkunst wel creatief in op een in wezen Vlaamse ‘participatiemaatschappij’. Een discours, kortom, dat aanstuurt op een commerciële pervertering van wat buurt- en middenveldwerking zou kunnen zijn.

Trouwens, als de boel in elkaar zakt, en het sociale proeftuintje mislukt, kunnen deze politici zeggen: ons treft geen schuld hoor. Wij hebben jullie met dit activeringsbeleid toch gesteund!? Eén voordeel van growfunding is namelijk dat het behoort tot het genre privaat-publieke samenwerkingen dat risicovrij is voor de overheid. Niet to big to fail, geen banken die gered moeten worden omdat anders de crisiseconomie echt crasht, alleen een fontein aan goede bedoelingen, vooral op rekening van de burger zelf.

Bottom line: het uitschakelen van de autonome overheid (door de geprivatiseerde overheid!) als enigste dam tegen de oprukkende vermarkting en de garantie op het universaliseren van gelijkheid, zorgt er voor dat de burgers de vermarkting gaan integreren en toepassen in wat zij onder ‘betrokkenheid’ en solidariteit begrijpen.

Naastenliefde was ooit wel een goeie zaak, in een tijd dat er niets anders voor handen was, met name in een tijd voorafgaand aan sociale strijd. Die strijd mogen vooral politici die zich op sociale en culturele onderwerpen profileren niet ondergraven met een dubieus ‘en-en’ verhaal.

De praatjes over de Derde Weg, alsook het zogenaamde ‘new’ public management dat er voor pleitte de ganse samenleving te organiseren naar het model van ondernemer en markt, hebben we intussen al gehad. De participatiemaatschappij en ‘de Big Society’ waarin de winst de wet is, moeten we niet. Links moet zichzelf niet nog eens willen vernieuwen door minder links te zijn, wel door net méér links te worden.

De deskundige burger: welkom in een verbeterde democratie

De deskundige burger: welkom in een verbeterde democratie

Jan Blommaert (en z'n gedachten)

Afbeelding

 

Jan Blommaert

1. Deliberatieve democratie 

Op Valentijnsdag 2014 kondigde de Vlaamse Regering aan dat ze voor de heraanleg van de Antwerpse ring – de Oosterweelverbinding – alsnog een “verbeterd” BAM-tracé zou volgen. Dat traject volgt de huidige ring en loopt dus dwars door ontzettend dicht bevolkte stadsgebieden, die vaak ook arme en kwetsbare wijken zijn. En dat tracé werd in oktober 2009 door de meerderheid van de Antwerpenaren weggestemd in een geldig referendum. Het protest lag dan ook voor de hand: de Vlaamse Regering had haar zin voor democratische legitimiteit een zoveelste knauw gegeven.

De coalitiepartners uit de Regering hadden de handen vol om hier tegen enig verweer te organiseren. De Antwerpse lijsstrekker van de sp.a voor de verkiezingen van mei 2014, Caroline Gennez, liet haar gedachten gaan in een opiniestuk in De Morgen, getiteld “Wat Oosterweel ons leert over participatie” (19 februari 2014).[1] In dat stuk…

View original post 5.684 woorden meer

De paradox van Hayek, hoofdstuk 1 (sneak preview)

De paradox van Hayek, hoofdstuk 1 (sneak preview)

Jan Blommaert (en z'n gedachten)

Dit is een eerste versie van het openingshoofdstuk in een nieuw boek dat ik eerstdaags hoop af te werken samen met Karim Zahidi, getiteld “De Paradox van Hayek”.

Afbeelding

 

Een rondje moderne slavernij

 

Een flatgebouwtje in Dhaka

Op 24 april 2013 stortte in Dhaka, de hoofdstad van het straatarme Bangladesh, een gebouw in. In dat gebouw van acht verdiepingen waren op dat moment duizenden arbeiders aan het werk. Ze maakten er het modieuze textiel dat de rekken van winkels aan de Antwerpse Meir of de Gentse Veldstraat vult onder merknamen zoals Benetton en Mango. En ze deden dat in zeer lange shifts, aan een hongerloon, en in arbeidscondities die rechtstreeks aanleiding gaven tot de instorting van het gebouw. De tol was dan ook vreselijk. Op 13 mei werd het dodenaantal vastgesteld op 1129; het aantal gewonden lag ruim boven de 2500, waaronder vele ernstig gewonden wier kans op herstel…

View original post 4.645 woorden meer