Links. Quo vadis?

Pascal Debruyne, Vincent Scheltiens-Ortigosa, Stephen Bouquin, Jan Blommaert, Karim Zahidi 

11054445_10153168881138476_3670257231267763498_n

Een spook waart door Europa.

Het spook van het democratisch alternatief waart door Europa. Alle machten van het oude Europa hebben zich in een brede alliantie tot een klopjacht tegen dit spook verbonden. Van de leiders van de Europese instituties zoals deEuropese commissievoorzitter en de voorzitter van de Europese Centrale Bank over Angela Merkel en Jeroen Dijsselbloem tot onze eigen minister Van Overtveldt: allen willen ze het spook van de democratie terug in de fles krijgen En terwijl de klopjacht door deze  groep met veel ijver wordt aangevoerd, hullen de ‘staatsdragende’ partijen zich in stilte.  Allen zijn ze een beetje gehecht aan referenda en vooral zot van verkiezingen. Behalve als de lokale afdelingen van hun partij de verkiezingen niét winnen. Dan hebben ze zowel lak aan de meest elementaire democratie als aan soevereiniteit. Vraag het maar aan de Griekse kiezer die Syriza een mandaat gaf voor een democratisch alternatief.

Als de dood zijn ze, die machten en onverkozen instellingen, dat een Griekse bres in de muur van het Europese soberheidsbeleid de Europese bevolkingen zou tonen dat ze niet geregeerd worden door politici, maar door dogmatici die op mystieke wijze hun orders ingefluisterd krijgen van beurzen en markten. Dat de doorbraak van Syriza een antwoord is op de mensonwaardige toestand waarin Griekenland terecht kwam na de opgelegde besparingen, raakt hun koude kleren niet. Zolang er een primair begrotingsoverschot wordt geboekt, spelen de snel stijgende  HIV-cijfers , de verdubbeling van het aantal tuberculose gevallen in in risicogroepen, de terugkeer van malaria, de ineenstorting van de psychische gezondheidszorg, de torenhoge werkeloosheid en dito armoede, blijkbaar geen rol voor de Europese elite’s.  Achter dit eenzijdig getallenfetisjisme gaat natuurlijk een diepgewortelde angst schuil. Bang zijn ze dat ook in Spanje Podemos een democratisch alternatief zal opleggen. Dat Sinn Féin in Ierland zal volgen. Dat de Britse Groenen de ban zullen doorbreken… Dat hun eenzijdige monetaristische, antisociale en antidemocratische bolwerk zal instorten. De opkomst en doorbraak van deze formaties doorprikt het discours van deze machten. 

TAMARA

Hun TINA (There Is No Alternative) verdwijnt naar de ezelsbank terwijl TAMARA (There Are Many And Real Alternatives) enkele banken vooruit mag. In het zog van welbespraakte en gehypte woordvoerders als Pablo Iglesias, Iñigo Errejón, Alexis Tsipras, Yanis Varoufakis treedt een nieuwe generatie politici aan. Jongere vrouwen en mannen, verontwaardigd en gerevolteerd. Zoals Ada Colau, die namens de hypotheekslachtoffers tijdens een hearing een bankier ‘crimineel’ noemde. Binnenkort wordt zij, gedragen door een breed platform, burgemeester van Barcelona. Of zoals Laura Pérez die twee jaar geleden de Spaanse kroonprins vriendelijk maar dringend verzocht af te zien van zijn troonsbestijging, die stelde dat ze geen onderdaan maar burger wilde zijn. Laura Pérez, die vandaag algemeen-secretaris van Podemos is voor de autonome gemeenschap van Navarra. Zoals Zoi Konstantopoulou, de juriste en mensenrechtenacitiviste die weet hoe en waarom ze de voorzittershamer van het nieuwe Griekse parlement hanteert.

Zij en tienduizenden anderen in Europa hebben de stap van verontwaardiging naar de politiek gezet. Hoewel persoonlijk onbezwaard door een verleden van sociale of politieke nederlagen en impasses, hebben ze uit dat verleden wel lessen getrokken. Ze worden gedreven door de ongecomplexeerde overtuiging dat het mogelijk is te winnen, dat het tij kan gekeerd worden. Met naïviteit heeft dat niks te maken. Zoals Salvador Allende in 1973, beseffen ze dat ze het terrein waarop ze slag moeten leveren niet zelf gekozen hebben. Dat verkiezingen winnen, niet betekent dat je de politieke macht hebt. Maar dat dit je geenszins hoeft te veroordelen tot commentator in de marge, beste stuurman aan wal of gepatenteerde uitreiker van brevetten van politieke zuiverheid.

De boodschap beklijft en inspireert. Een horizon van mogelijkheden opent zich. De consensuspolitiek van de laatste decennia, het cynisme dat er onlosmakelijk mee verbonden is, de arrogantie van wat Tariq Ali treffend het ‘extreme centrum’ noemt, dat alles ruimt plaats voor heldere, haalbare alternatieven gedicteerd door de noden en behoeften van de massa van de mensen en niet meer door de polsslag of verontrustheid van markten of beurzen.

Oude praktijken, prefiguraties van de toekomst

Niets of niemand komt uit het niets. Deze ‘nieuwste linkse’ partijen zijn geen deus ex machina. In hun schoot verwerkten ze vele ervaringen. De operaïsten en autonomenpraktijk uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. De stedelijke sociale bewegingen en het verzet tegen de soberheidsprogramma’s van de jaren tachtig. De andersglobalistische beweging van de jaren ’90. De pleinbezettingen van indignado- en Occupy-bewegingen. Van deze uiteenlopende ervaringen leerden ze radicale solidaire praktijken als prefiguratieve schouwtonelen van een andere mogelijke toekomst.

Maar pal tegen andere bewegingen in – die naar het adagium van John Holloway de wereld moesten veranderen zonder de macht te grijpen – bouwen ze wél politieke formaties op, nemen ze wél deel aan verkiezingen, gaan ze resoluut voor meerderheden en regeringsvorming. Omdat ontslagen poetsvrouwen elke dag hun kinderen moeten kunnen kleden en voeden. Omdat het stopzetten van huis-uitzettingen geen revolutie behoeft, maar in de hoofden en harten van de slachtoffers meer dan een revolutie betekent.

Dat en nog een paar andere dingetjes leerde dit ‘nieuwste links’ uit de Latijns-Amerikaanse ervaringen van het afgelopen decennium. Uit de altijd moeilijke, nooit perfecte maar leerrijke ervaringen in landen als het plurinationale Bolivia, Ecuador, Uruguay… Nee, ze bouwden geen revolutionaire voorhoedepartij die de massa’s gidst naar de machtsovername. Maar leninistischer dan de Lenin-adepten die wel eens politieke theorie tot religie verheffen, grijpen ze het ‘nu’-moment en weten ze, zoals de oude Lenin die in zijn tijd ook met de verkalkten in zijn partij moest afrekenen, dat elke situatie zijn eigen antwoord behoeft. De aprilstellingen dateren van 1917, vandaag is evenveel creativiteit geboden.

Pal tegen de sociaal-democratie in weten de ‘nieuwste linksen’ dat deelnemen aan verkiezingen en meederheden beogen niet betekent dat je moet opgaan in het systeem, dat je niet de lokale roze variant van de Internationale van Wall Street moet worden. Als communicerende vaten gaat de opgang van Syriza en Podemos gepaard met de neergang  van belangrijke Europese scoiaal-democratische partijen zoals het Griekse PASOK, de Spaanse PSOE, het Britse Labour, de Franse PS, de Nederlandse PvdA en de Italiaanse Democraten. Alle voerden ze onverstoord het Troika-beleid uit en stuurden hun beste zonen pronkerig naar de commandobruggen van waaruit bespaard, geprivatiseerd, gedereguleerd werd. Zij droegen namen als Duisenberg en luisteren vandaag naar nieuwere namen als Dijsselbloem, Timmermans, Moscovici of Schulz. Edouard Bernstein en Karl Kautsky, in hun tijd vermaledijde en verguisde ‘reformisten’, ‘centristen’ en ‘twijfelaars’, zouden in deze partijen vandaag als radicaal-linkse gekken de bons krijgen. 

Een politiek van het onmogelijke

Formaties als Syriza en Podemos blinken uit in het herdefiniëren – of beter het herclaimen – van de democratie. Ze formuleren een alternatief voor ‘de politiek van het mogelijke’ die politiek reduceert tot management van de onomkeerbare politieke-economie van globalisering. Syriza en Podemos doorbreken deze non-politiek en dat uit zich op drie manieren.

(1) Beide partijen herdefiniëren zogenaamd duidelijke en onbetwistbare realiteiten. Varoufakis heeft de “economische” crisis als een “financiële” crisis geherdefinieerd, met de gekende effecten: de Troika heeft nog enkel een boekhoudkundige functie, en de “economische” dimensie van dit beleid wordt terug een binnenlandse kwestie.

(2) Een politiek van de grote woorden. Mensen hebben het plots opnieuw en met de grootste ernst over dingen zoals rechtvaardigheid, respect, waardigheid, democratie, gelijkheid en transparantie. En dus niet over de “concrete maatregelen” waarin klassieke partijen zich constant vastrijden in hun hysterische vastklampen aan een politiek van het mogelijke. Het is het oppikken van die grote woorden en ze terug betekenis geven dat zo enorm mobiliserend werkt. Dat geldt ook voor burgers in Vlaanderen en België. Mensen komen op straat omdat ze fiscale rechtvaardigheid willen, en wanneer dat woord een betekenis krijgt zijn ze meteen ook kritische waarnemers van “concrete voorstellen”.

(3) Het bouwen van een platform dat de klassieke klassenverschillen overstijgt; ook zelfstandigen en winkeliers steunen Syriza en Podemos. De bewegingen hebben één grote achterban: de slachtoffers van de crisis. Daar zitten mensen tussen die zichzelf nooit als “links” zullen identificeren, wél als mensen die strijden voor rechtvaardigheid, democratie enz. Opnieuw, de grote woorden spelen een enorm belangrijke rol in het overstijgen van de klassieke tegenstellingen.

Syriza aan de Schelde & Vlaamse PODEMOS

Dat roept de vraag op hoe het bij ons staat met links? Het ‘Nieuwste links’ in Europa schenkt hoop maar nodigt ook uit tot introspectie. Wanneer we het eigen linkse veld overschouwen overvalt ons immers een gevoel van onbehagen.

Helaas, er bestaat geen Vlaamse of Belgische Podemos. Aan de Schelde valt geen Syriza te bespeuren. Dat hoeft ook niet te verwonderen. Deze, overigens onderling sterk verschillende formaties, zijn niet alleen een product van de Europese monetaire dictatuur. Ze zijn elk op zich evenzeer de vrucht van specifieke nationale omstandigheden en geschiedenis en moeten dan ook binnen dat nationale kader begrepen  worden.

Niettegenstaande het enthousiasme van de sociaaldemocratische leiders (van Di Rupo tot Kathleen Van Brempt…) over deze nieuwe Europese factor in het politieke landschap, zijn het diezelfde sociaaldemocraten die het Europese begrotingsverdrag ondertekenden. Enkel Sp.a Brussel stemde tegen (alle 4) het soberheidsverdrag in het regionale Brusselse parlement en diende een resolutie in tegen het TTIP. In verschillende parlementen (Vlaams, Brussels, Waals, en federaal) gingen de PS en SP.a akkoord met het begrotingsverdrag. Bovendien, na enkele legislaturen meeregeren lijkt de sociaaldemocratie moe, en het land met hen. Men is zover meegestapt in het neoliberaal consensusdenken dat men zich moeilijk een weg naar buiten kan denken en vechten. De oproep van Daniël Termont om samen met Groen en enkele progressieve liberalen en christendemocraten aan progressieve frontvorming te doen, is een klassiek recept om die ongemakkelijke waarheid weg te duwen.

De  oppositiekuur die de SPa nu noodgedwongen ondergaat had een moment kunnen zijn waarop een diepgaande reflectie over de verleden en toekomst van de partij, maar dit blijkbaar gaat alle aandacht en energie naar het uitvechten van interne geschillen. Het schouwspel dat vandaag in de SPa rond de voorzittersverkiezingen wordt opgevoerd is dan ook bedroevend: in de berichtgeving wordt gefocust op de machtsstrijd tussen de clans en de persoonlijke vetes tussen de kandidaten en hun supporters; over een diep programmatorisch debat en de eventuele pertinentie van een koerswijziging vernemen we niets. Het consensusdenken heeft de hele partij aangetast alsof het betonrot was. De enige credibiliteit die de Vlaamse socialisten lijkt te resten is dat ze het slachtoffer zijn van de othering vanwege de neoliberale die hards van de N-VA. Als die zeggen dat het ‘allemaal de schuld van de sossen’ is, kan dat nog wat sympathie voor onze verongelijkte sossen oproepen. Het ‘sossen bashen’ verhult ook meteen de hoge mate van beleidscontinuïteit tussen de vorige en de huidige regeringen op federaal en Vlaams vlak.

En de christen-democratie, zal u zeggen? En de ACW-vleugel? Als Kris Peeters de dichtste politieke link is naar de christelijke arbeidersbeweging dan heeft niet zozeer Houston maar vooral Vlaanderen een probleem. Trouw wordt de besparingslogica van de twee regeringen (Vlaams en federaal) uitgevoerd. Voorzitter Wouter Beke mag dan wel dwepen met het boek van Michel Bauwens over Peer to Peer-economie, voorlopig lijkt dat vooral een literaire sprong naar de participatiemaatschappij en ‘beredder het op jezelf’, terwijl men in de tussentijd duchtig mee de overheid en welvaartstaat afbouwt.

Nogal gul eigende de Partij van de Arbeid (PVDA) zich de geuzentitel van ‘Syriza aan de Schelde’ toe. Maar de partij moet eerst nog een vernieuwingscongres door. Hopelijk keert het verleden daar niet langs de achterdeur terug. De signalen van de voorzitter over nieuwste referentie Syriza – tot voor kort was dat nog de orthodox-commuistische KKE – en de wonderbaarlijke ontdekking van Podemos, dempen niet geheel het getandenknars vanuit de internationale werking en het theoretisch tijdschrift van de partij. Geheime congressen, partijorganisatie in concentrische cirkels, bloedhekel aan en onoordeelkundige omgang met kritiek, pluraliteit als zwakheid beschouwen, laten vermoeden dat ‘democratisch alternatief’ en Partij van de Arbeid nog vele kilometers in woelig water naar elkaar zullen moeten toe zwemmen.

Hoopvol is echter dat de PvdA heel wat nieuwe leden aantrok die een alternatief zoeken op links. Ook de sympathie van cultuurdragers en figuren uit het middenveld dwingt de partij tot meer openheid. En thematisch neemt de partij die thema’s ter harte, soms met vallen en opstaan. Het schipperen tussen beschermen wat verworven recht is, en de noodzaak aan verandering in een kapitalistisch maar door de overheid getemperd en bemiddeld arbeidssysteem, daagt de partij uit. Dat HartbovenHard zich bovendien recentelijk op de kaart zette, zorgt voor een nieuwe realiteit waar ook de PVDA mee moet omgaan, zonder in overnamestrategieën te vervallen. Partij en front, it’s old school.

Groen kreeg een nieuwe voorzitster aan het roer. Meyrem Almaci heeft een links profiel met haar dossierkennis over de bankenperikelen en het DEXIA-dossier. Dat maakt haar niet altijd geliefd in ACW middens. Ze is gepokt en gemazeld in het middenveld en heeft zelf migratieroots. Het valt te verwachten dat de partij-tanker zal traag maar gestaag gekeerd worden naar Bakboord (links). Niet alleen Almaci zélf, maar ook enkele nieuwe parlementsleden zoals Imade Annouri of gezichten als Ikrame Kastit hebben een ander profiel. Niet langer een generatie die het woord moet gegeven worden, maar deel van een bredere beweging van burgers met migratieroots die het woord nemen. Het zou in staat moeten zijn een wervend alternatief-links programma te kunnen aanbieden voor kritische stadsburgers (met en zonder migratieroots) die de doorholeconomie en het staatsgeleide kapitalisme duidelijk mentaal en fysiek willen begrenzen. Groen kan een partij zijn die duidelijk tegen de besparingen is, en uitdraagt dat de marktwerking geen hefboom is om de ecologische crisis op te lossen. En toch, Groen telt ook verschillende kiezerscontingenten. Het links-libertarisme is binnen de partij tot links-liberalisme verworden. Een plaats zoeken in het linkse landschap als tegenbeweging is geen sinecure geweest. Veel thema’s die andere partijen naar het centrum stuurden kwamen ook Groen binnengestroomd (veiligheid, migratie,…) en werden in hetzelfde mainstream frame behandeld Naar een unieke politiek-ecologische kijk op die thema’s is het soms lang zoeken. Figuren als Luckas Van Der Taelen  stuurden de partij naar rechts op deze thema’s. En vaker dan nodig bleef Groen stil op deze thema’s, of ze bewaarde nogal vlug de stilte wanneer het over vakbonden, arbeid en werk ging.

Deze partijen op links zullen hun eigen weg en offensief toekomstgericht antwoord moeten zoeken in dit transformerende Europese politieke landschap, maar ook het veranderde Vlaamse en Belgische landschap. Kartelformules zijn eerder een zwaktebod gezien de politieke toestand waarin ze vertoeven. Diversiteit op links, wat samenwerking niet in de weg staat, kan gezien het voorgaande enkel versterkend werken. We mogen verwachten van de sociaaldemocratie dat ze samen met Groen én PVDA aan één zeel trekt voor fiscale rechtvaardigheid. In een Rood-groene alliantie moet een investeringspolitiek op de voorgrond komen, die inzet op een sociaalecologische transitie. En hoe gaan we die transitie realiseren wanneer we de staatsschuld volledig moeten terug betalen? Bovendien moet dit worden uitgebouwd in een politiek landschap waar de civiele maatschappij of ‘middenveld’ zich terug op de kaart zet. Deze laatsten hebben de laatste jaren een interne en externe strijd gevoerd tegen de alomtegenwoordige depolitisering. Kortom, de civiele samenleving is een gepolitiseerde samenleving op de rails aan het zetten.

Burgerbeweging en/of partij?

Hartbovenhard is als burgerbeweging uitgebouwd door de krachten van verschillende organisaties met elkaar te koppelen. Waar het tot voor kort ‘elk voor zich was’ (en bij sommigen is dat nog steeds zo in tijden van besparingen), smeedden ze het ijzer terwijl het warm was. En daaruit kwam een sterke coalitie op Vlaamse schaal, gevolgd door een amalgaam van lokale (klein-)stedelijke hartbovenhard-jes, naast een Waals-Brusselse ‘Tout autre Chose’ in hun zog.

Aangestuurd door een mix van leden van organisaties en onafhankelijken, en kritische academici, doorbreken ze – ook al is het in voorzichtige bewoordingen – het TINA-dogma. Anders dan, maar complementair met de vakbonden.

Dat is een niet te onderschatten stap in de herpolitisering van het middenveld. Tot voor kort heerste de depolitisering van het middenveld door de overheid. Toenemend neoliberaal management en governmentality sijpelden samen met zelfdisciplinering binnen. Dat, en de depolitisering “door” het middenveld door de achterban niet meer als te emanciperen subjecten te benaderen, werd schering en inslag. Doorheen de protestpraktijken, op creatieve wijze en doorheen debatten overal in Vlaanderen vindt dat middenveld van oude en nieuwe sociale bewegingen, en kritische academici elkaar in een nieuwe verhaal dat ze samen schrijven “as they walk the road together”.

Misschien is dat wel de meest belangrijke ‘politieke’ herbronning aan de progressieve zijde. Eerder dan de vraag wie Syriza opvolgt, waar de Vlaamse kiemen van Podemos gevonden kunnen worden, of welke partij het voortouw neemt in de herbronning van “links” in Vlaanderen en België. Laat Hartbovenhard zich verder inwortelen in de specifieke constellatie die de onze is en laat alle linkse partijen zich positioneren ten opzichte van deze beweging.

Dat zou een teken van hoop zijn, die de Marxistische filosoof Ernst Bloch in zijn boek “the principle of Hope” zo stellig verdedigde: “And even if hope merely rises above the horizon, whereas only knowledge of the Real shifts it in solid fashion by means of practice, it is still hope alone which allows us to gain the inspiring and consoling understanding of the world to which it leads.” Het is die hoop die de linkerzijde en bij uitbreiding Vlaanderen en België nodig hebben om te kunnen geloven dat het anders kan, dat er een andere horizon mogelijk is en politiek überhaupt zin heeft.

by-nc

Advertenties

Een gedachte over “Links. Quo vadis?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s