Een linkse Jo Libeer?

unnamed

Robrecht Vanderbeeken 

De gedelegeerd bestuurder van de Vlaamse werkgeversorganisatie (VOKA) bracht vorige vrijdag een merkwaardige performance op het Kunstenfestivaldesarts 2015 (KFDA). Hij was de centrale gast op de studiedag For a Few Dollars More in de Beursschouwburg in Brussel, georganiseerd door Felix De Clerck van het nieuwe Kunstensteunpunt.

Onderwerp van de dag: ‘wat zijn de strategische en communicatieve voorwaarden voor succesvolle samenwerkingen met private actoren?’. Het werd een goednieuwsshow over de uitverkoop van de publieke sector, met een aantal casussen die de cultuurwereld ervan moesten overtuigen dat ‘alternatieve financiering’ een succesverhaal kan zijn.

Jo Libeer, een West-Vlaamse industrieel die ook actief is als voorzitter van het Festival van Vlaanderen-Kortrijk en bestuurder van Kortrijk Xpo en het Concertgebouw in Brugge, kondigde aan dat hij aan een nieuwe carrière toe is. Hij stopt bij VOKA en wil nu iets betekenen voor de kunstwereld.

Zijn lezing was opgevat als een zoektocht (‘a testpanel’) naar een common ground tussen kunst en bedrijfsleven. Het werd een prachtig voorbeeld van waar het voor de kapitalist inzake kunst echt om te doen is: de fascinatie voor het creatieve genie van de kunstwereld. Net op dàt punt moeten er aldus Libeer strategische allianties komen.

‘Stop toch met die walking dinners, het is gênant. Artiesten spelen voor een lege zaal want de gasten komen niet opdagen, en als ze opdagen willen ze zo snel mogelijk naar de receptie. ’ Crowdfunding, sponsoring, het zou allemaal verkeerd zijn, weg ermee… er was nood aan een cultuurpolitieke samenwerking op basis van meaning.

Side-kick van Gatz

Ter herinnering: toen cultuurminister Gatz vorig najaar met zijn saneringsoffensief begon, werd hij meteen geflankeerd door VOKA. De hoofdeconoom van dienst, Stijn Decock, schreef een provocatie bijeen: een wereldvreemd betoog gecamoufleerd als ‘strategische denkoefening’ dat paste in een bot discours dat ijvert voor de integrale afschaffing van cultuursubsidies. Duidelijk een shocktherapie in tijden van kaalslag, om verzet van de sector plat te leggen.

Baas Libeer nam die opinie over en nodigde zichzelf uit bij een bevriende krant, alwaar ze gepubliceerd werd in zijn naam. Daar kwam logischerwijs veel reactie op. In diezelfde krant volgde een waarachtige reactie van acteur en auteur Josse De Pauw, op aanvraag van de redactie. Voor die redactie is het immers hoofdzaak dat het publieke debat over de uitverkoop van de publieke sector gaat, zeker niet over de saneringen en wat dat concreet aan verlies betekent. Anderen, zoals het kunstenaarscollectief State of the Arts, reageerden op DeWereldMorgen.

Ondertussen heeft Libeer zijn communicatie bijgestuurd: publieke steun zou nu wel nodig zijn – grapje! – maar alternatieve middelen zijn in tijden van broeksriempolitiek noodzakelijk als extra. Een zak geld voor een goed doel, wie kan daar nu tegen zijn? Aan de bar kreeg ik na zijn lezing de gelegenheid hem te vragen of hij zich bewust was van die tandem met Gatz’ spaarpolitiek. ‘Toeval’, was het antwoord.

Zoals het nu ook toeval is dat hij een lans wil breken voor alternatieve financiering, net op het moment dat Gatz een Witboek voor alternatieve financiering uitwerkt. Maar timing is everything, weet elke manager. Never let a serious crisis go to waste. Dat Witboek was zowaar het enigste concrete uit de visienota van de minister, het wordt de focus van zijn toekomstig cultuurbeleid. De studiedag kadert in het uitrollen van dat programma.

The fun of making a deal

De scheppende kracht van cultuurmakers? Marx wees er al op dat er twee aarden van arbeid zijn. Er is de arbeid als waardecreërende (“vuurspuwende”) activiteit die nooit gespecificeerd kan worden of op voorhand in hoeveelheid uit te drukken valt, en dus niet als koopwaar weergegeven kan worden. Daarnaast is er de arbeid als hoeveelheid (i.e. aantal werkuren of output) die verhandelbaar is en waar dus een prijs op te plakken valt. Hoewel de kunstenaar graag benadrukt dat hij of zij niet ‘werkt’ maar kunst maakt, valt wat de kunstenaar doet samen met die waardencreatie als innovatieve energie.

Meer nog, het vermogen waarmee creatievelingen het nieuwe rondom ons vormgeven, is een oervorm van arbeid. Het is die schepping die natuur tot cultuur maakt. En het is ook die arbeid die de kapitalist zich wil toe-eigenen, om de meerwaarde die ze creëert te kunnen uitbuiten, en om zich met het creatieve aura ervan te omringen. Dat lukt alleen als die arbeid gecontroleerd en afgekocht kan worden. Net binnen dit schema zoekt het bevlogen discours van Libeer op KFDA een liaison met cultuurmanagers en kunstenaars.

In zijn lezing ging het zo: je hebt twee werelden, die van het bedrijfsleven en die van de kunst. De eerste is materialistisch, alleen gericht op winst en consumptie. CEO’s zijn niet bezig met ethiek, humanisme of de essentie van het leven. De tweede is gericht op schoonheid en betekenis. Het draait om het goede leven. ‘Artists and scientists build the world, not entrepreneurs!‘ De uitdaging is daarom: ‘make the boundaries dissolve.’

Want als we naar hun reclame kijken, is het aldus Libeer precies dat wat bedrijven willen. Hij verwees naar het technologiebedrijf Imec met hun slogan ‘Embracing a better life’. Of die van het oliebedrijf Total: ‘committed to better energy’…

En wat de kunstensector betreft, don’t sell drinks, sell dreams! Ook Libeer weet dat je kunst kapot maakt als je alleen bezig bent met de economische waarde ervan. Kunst die louter koopwaar is? Zinloos om daar in te investeren. (We voegen er aan toe: daar valt evenmin mee te speculeren omdat de belofte van iets dat het commerciële overstijgt en bijgevolg buitengewone prijzen verdient, wegvalt.)

Dat zou aldus Libeer samen te vatten zijn in vijf uitdagingen: (1) Make the future, (2) Invest in society, (3) Search for excellence, (4) Quest for beauty, en (5) The fun of making a deal. Kunstenares Einat Tuchman van State of the arts vond het op dat punt toch hoog tijd voor een vraag uit het publiek: ‘als bedrijven willen investeren in de samenleving, waarom betalen ze dan niet gewoon hun belastingen?’

Libeer antwoordde voorspelbaar en ontwijkend: ‘de loonkost maakt onze economie kapot, we moeten eerst een taart bakken…’ op de vraag wat zijn pleidooi om te investeren in de samenleving dan wel motiveerde, had hij reeds zelf het antwoord gegeven: the fun of making a deal.

Publiek-private samenwerking?

Ook kunstenaar Kobe Matthys van State of the Arts vond een gelegenheid voor een vraag: ‘Als meneer Libeer crowdfunding en sponsoring allemaal verkeerd vindt, stuurt hij allicht aan op privaat-publieke samenwerkingsmodellen (PPS) tussen overheid en commerciële spelers? Maar wat hij dan dacht over de nadelen? Zoals het gebrek aan transparantie? Kosten voor de samenleving die uit de hand lopen? Het gebrek aan democratische inspraak?

Opmerkelijk: Libeer was het eens. ‘Je kan niet garanderen dat het niet misloopt.’ ‘Zal het werken? Geen idee.’ De nu lopende PPS-constructies met schoolgebouwen en andere? ‘Dat werkt niet’, stelde Libeer. ‘De last en de risico’s zijn voor de samenleving, de winst voor de privé.’

Een krasse uitspraak, als we bijvoorbeeld weten dat Sp.a in Brussel van ‘haar’ nieuw museum in de Citroëngarage een electoraal speerpunt wil maken. Dat het meteen ook een ijsbreker wordt voor een privaat-publiek businessmodel, daar wordt opvallend weinig aandacht aan besteed. Volgens Libeer is dat dus vanuit het perspectief van beleidsmensen op voorhand om problemen vragen. Opvallend toch, hoe deze baas van De Wever zoveel kritischer is ten aanzien van PPS dan Sp.a?

Ter verduidelijking: PPS is in trek omdat het een handigheid is waarmee beleidsvoerders met het oog op hun electorale populariteit binnen één termijn een voorafname kunnen nemen op het budget van hun opvolgers, weliswaar via vage contracten vol veel te dure verbintenissen. Het Rekenhof waarschuwt er al jaren voor dat de kost van PPS exponentieel oploopt (van 33 miljoen in 2009 tot 650 miljoen in 2019, meer dan maal twintig op tien jaar tijd). Daardoor heeft elk toekomstig beleid vanwege haar schuldenstructuur amper nog marge. Kortom, het zet onze democratie op de helling.

Toen ik Jo Libeer aan de bar vroeg wat hij van deze waarschuwingen vond, was het antwoord: ‘het Rekenhof minimaliseert nog, het gaat om veel grotere bedragen’.

Nog een voorbeeld. AA Gent werd vorige week landskampioen. Dat feestje voltrok zich in de Ghelamco-Arena – die zou aanvankelijk Artevelde stadion heten maar kreeg dan toch maar de naam van de private investeerder mee – en die infrastructuur is een PPS-constructie. Los van de vele miljoenen die stad en provincie moesten bijeenzoeken hoewel de noden duidelijk elders lagen, is het contractueel zo dat de stad elk jaar bijna 1 miljoen huur moet betalen. Let wel: niet voor het sportcomplex maar voor de aanverwante commerciële infrastructuur. Dat is part of the deal.

Om het in de boeken te kunnen schrijven, werd er een kunstdepot van gemaakt. Ondertussen blijft het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst (SMAK) vragende partij voor een structurele oplossing voor de grote vervallen hangar achter het museum. Daar is geen geld voor. En mede door die hap van 1 miljoen, als boekhoudkundige operatie, werd het cultuurbudget vorig jaar met ruim 3 procent gekort.

PPS? Nee, Libeer weet wel beter. Hij denkt eerder aan een fonds waarin ondernemers uit idealisme kunnen investeren, gericht op beloftevolle kunstenaars die het ook nodig hebben. Aan de bar ging het zo: ‘dat is niet alleen goeie marketing voor de ondernemerswereld, daarmee kunnen ze ook duidelijk maken waar de overheid faalt: ze steekt teveel geld in die loge structuren. Maar dat kunstenaars ondertussen zitten te creperen op een mansardekamer, het is een schande’.

Zo’n fonds is natuurlijk een goed idee. Nog beter wordt het als er ook zo’n fonds komt voor zorg, voor onderwijs, voor milieu, voor de opvang van bootvluchtelingen, enzovoort. Door die fondsen wordt dan meteen duidelijk op welke domeinen onze VOKA-regeringen manifest falen, vanwege de transfers van publiek naar privaat, van arm naar rijk. Omdat er geen alternatief zou zijn.

nv Imuze

Kobe Matthys had nog een vraag. Of meneer Libeer even kon toelichten wat zijn ervaringen waren met een privaat-publieke samenwerking die hij zelf had opgestart, nv. Imuze genaamd? Op aansturen van ACOD hadden namelijk zowel Bart Caron als Yamilla Idrissi daarover daags voordien een parlementaire vraag gesteld.

De nv Imuze werd in mei 2014 door enkele leden van de raad van bestuur van de vzw Brussels Philharmonic opgericht. Om commerciële filmmuziek op bijvoorbeeld CD’s te kunnen maken, waarbij een beroep kan worden gedaan op het fiscaal verdienmodel van het taxsheltersysteem. De prestigieuze naam ‘Brussels Philharmonic’ wordt hiervoor gebruikt en musici van deze vzw kunnen meedoen aan de opnames, als zelfstandige in bijberoep of als vrijwilliger met een kleine onkostenvergoeding.

Het komt erop neer dat een gesubsidieerde organisatie nu musici tewerkstelt als werknemer én als externe medewerker. Maar wat moeten de muzikanten van Brussels Philharmonic doen om in aanmerking te komen voor opnamesessies? Mag iedereen deelnemen, of alleen enkele getrouwen? De constructie is duidelijk opgezet om de sociale rechten binnen de vzw Brussels Philharmonic uit te holen, om de bestaande cao’s te omzeilen, om de last bij de publieke dienstverlening te leggen en de winst bij de spin-off. Het gebruik van de kleine onkostenvergoeding voor kunstenaars door een winstgericht bedrijf is bovendien totaal ongepast.

Het ontwijkende antwoord van Libeer? Dat is gestook van de vakbonden, terwijl het net een manier is om die muzikanten aan meer werk te helpen! Het opzetten van een nv is nodig om in aanmerking te komen voor de taxshelter, wat niet het geval is voor een vzw…

Jo Libeer heeft ook nog het bedrijf NV Mediumpakt, gespecialiseerd in investeringsadvies, vastgoed en de organisatie van culturele evenementen. Dat laatste is nodig om via taxshelter-constructies belastingen te kunnen ontwijken. Het bedrijf zou een kapitaal hebben van 1 miljoen euro. In 2011 maakte het een winst van 384.301 euro, waarop het slechts 4.941 euro belastingen betaalde. Kobe Matthys vond helaas geen ruimte om daar nog een vraag over te stellen. Jammer, want het doel van de studiedag was toch dat cultuurmakers iets konden leren van meneer Libeer over alternatieve financiering?

Silence of the lambs

Dat Libeer na een carrière van 33 jaar als captain of industry een nieuw leven zoekt in de kunsten, we kunnen het hem moeilijk kwalijk nemen. Dat hij vanuit zijn denkwereld op zoek gaat naar raakvlakken, evenmin. Dat hij zich – als onderdeel van zijn charmeoffensief – onbevangen uitspreekt over de gevaren van alternatieve financiering, iets waarover hij toch uit eigen ervaring kan spreken, is zelfs een opsteker in een strijd van kunstwereld versus uitverkoopbeleid. Want als zelfs papa VOKA zegt dat het onzin is, wie zijn onze VOKA-ministers dan om hen tegen te spreken?

Dat zijn nieuwste keuze voor een filantropisch model – als good practice, een bewijs dat een positieve en goedbedoelende ondersteuning zonder returns ook nog mogelijk is – paradoxale consequenties heeft? Ook dat kunnen we hem eigenlijk niet verwijten, omdat filantropie in wezen sowieso paradoxaal is. Hij blijft natuurlijk wel een woordvoerder van de 1 procent, een wolf in schapenvacht, die nu blijkbaar obscure PPS-constructies wil combineren met corrigerende filantropische fantasieën.

Het meest problematische zat die dag zat toch vooral in de meegaandheid van cultuurambtenaren inzake de uitverkoop. Uiteraard werd Libeer meteen omringd door een horde cultuurmanagers de maar al te graag een hellfie willen zijn voor zijn nieuwe carrière.

En wat te denken van een kunstensteunpunt dat het blijkbaar niet de moeite vindt een studiedag te organiseren over de impact van de saneringen, over de gevaren van het Angelsaksisch model inzake cultuurpolitiek, of over de onvrijheid die kritische en geëngageerde kunstenaars te beurt valt in een vermarkte kunstwereld? Maar dat wel de rode loper uitrolt voor Libeer zijn gefilosofeer in een salonfähige setting als het KFDA? Was het echt teveel gevraagd om ook een kritische stem aan het woord te laten op het podium, binnen het programma?

La trahison des clercs

Wat te denken van gastspreekster Leonie Kruizinga, zakelijk leidster van het Holland Festival, die ons bij wijze van levensles uit het Nederland-na-de-kaalslag zonder verpinken komt vertellen dat de kunsten vervreemd zouden zijn van de samenleving vanwege de subsidiecultuur? Dus de crisis van de kunsten ligt niet aan de kunsten zelf, nee joch, dat komt door de overheid? Private investeerders gaan dat nu oplossen, aldus deze cultuurambtenaar. Wat sommige mensen allemaal niet verzinnen om toch maar in de gunst bij sponsors komen…

Of wat te denken van de curatoren Kris Martin en Jan Hoet Jr. van de kunstroute Pass in de Vlaamse Ardennen? Ze pakten op het VRT journaal graag uit met hun zelfbedruipend vermogen, alsof het om een Grote Vernieuwing gaat. Het is een manier om het niet te moeten hebben over het feit dat subsidies niet evident zijn voor een route die expliciet is opgevat als een parcours dat loopt van het ene sterrenrestaurant naar het andere…  of hadden ze gewoon niets anders te vertellen?

Wat te denken van het KFDA zelf, dat sinds dit jaar van start gaat met een ‘creation fund’, waarin sponsors privileges in return wordt beloofd? Wie genoeg betaalt, mag de kunstenaars ontmoeten. Bedrijven die 5000 euro of meer veil hebben, zullen hun logo op alle communicatiedragers zien verschijnen en worden ‘return op maat’ beloofd. Deze evolutie richting haast feodale toestanden is veel aanstootgevender dan ene Jo Libeer die ons een openhartige inkijk geeft in zijn wereldbeeld.

Hoe lang denken cultuurorganisaties dat spagaat nog te kunnen volhouden: werk presenteren dat de mond vol heeft over de waanzin van het neoliberalisme, maar ondertussen hun management ombouwen op neoliberale premissen? Het komt neer op wat in de filosofie la trahison des clercs heet: je kan niet beweren tegen de vermarkting te zijn, als je tegelijk kritiekloos plooit voor een pragmatiek die diezelfde vermarkting stimuleert. Je kan dan niet langer beweren neutraal te zijn en ondertussen kritiek afwimpelen als populisme, waardoor je diezelfde kritiek neutraliseert.

Die positie is simpelweg onhoudbaar. Kunstenaars zouden er daarom goed aan doen te overwegen waar zij collectief een grens trekken, voor ze helemaal in de vermarkting ondergedompeld zitten, in hun eigen belang en dat van volgende generaties kunstenaars. Onze cultuurmanagers gaan het duidelijk niet in hun plaats doen. Het omgekeerde is waar: de uitverkoop en alle fiscale zwendel die ermee gepaard gaat, voltrekt zich vandaag zogezegd in het belang van de kunstenaar, ze wordt verantwoord in hun naam.

Shame-protest?

Maar er is hoop, ten minste, als we onze blik wat ruimer trekken dan het eigen landje. In het Verenigd Koninkrijk hebben kunstenaars de miserie van de vermarkting al vroeger over zich heen gekregen. Ze zijn vandaag in dat opzicht al een stap vooruit: ze hebben de neoliberale verwarring en de leugen van het pragmatisme al overwonnen, ze protesteren tegen privatiseringen van musea, ze ontmaskeren musea die oliebedrijven als sponsor hebben, ze contesteren hypocriete en uitbuitende initiatieven.

We mogen het betreurenswaardig vinden dat bijvoorbeeld in Bozar de private nocturnes en walking dinners exponentieel toenemen, sponsors voorrang krijgen op de planning en zo de normale werking verstoren. Het zal nog zoveel erger worden als we er samen niets tegen doen.

Vallejo Gantner, de artistiek leider van PS122 in New York, gaf op diezelfde studiedag een stuitend voorbeeld van waar we ons aan mogen verwachten, als we deze schandalige evoluties geen halt toeroepen. Hij verklaarde zonder schroom dat hij 60 procent van zijn tijd moet steken in fundraising, 100% tax-deductible!, samen met twee staff members die daar voltijds mee bezig zijn. Elk lid van zijn raad van bestuur moet per jaar minstens 10.000 dollar betalen, volgens een give or get-principe: wie het zelf niet geeft, moet dat bedrag via lobbywerk elders weten te halen. (Bij de board members van The Metropolitan zou het om meer dan 1 miljoen gaan…) .

Gantner screent actief wie van zijn publiek geld heeft om er dan achteraan te gaan. Hij screent ze op Google, of stuurt zijn board members op pad om dat te onderzoeken (‘I wheel them out as ambassadors…’). Deze artistiek leider specialiseert zich in benefietavonden om superrijken in de kijker te zetten als ‘Friend’ die dan weer hun rijke vriendjes moeten meebrengen en per tafel 50.000 dollar mogen leggen. Geld van ‘vuile sponsors’ was ook geen probleem want ze deden er nu iets goed mee… Hey, wat moet je doen als er geen alternatief is?

Niet onbelangrijk: PS122 is geen organisatie beeldende kunsten, maar een theaterhuis. Enkele dagen geleden ging Chris Dercon tijdens een interview op Radio 1 fel tekeer tegen de vermarkting van kunst en cultuur. ‘Het Kapitaal loopt rond op de Biënnale van Venetië (Dercon spreekt van een ‘kunstkermis’) en krijgt dagenlang Marx gereciteerd. Ze komen van hun jachten om daarnaar te luisteren. Werkt het? Ik denk het niet. Die kritiek wordt gerecupereerd, de kunstmarkt recupereert kritiek. Vandaar mijn overstap naar theater, die is nog minder ‘durch economisiert’. ‘Kunst zit steeds meer in de dichtheid van het geld.’

Dat zegt dus iemand die een absolute topfunctie beeldende kunst (Tate London) inruilt voor een absolute topfunctie theater (de Volksbühne Berlijn). Maar laten we ons na de workshop met Vallejo Gantner geen illusies meer maken, vluchten helpt niet. Als we er zelf niets tegenin brengen, is er geen ontsnappen aan. Er is geen alternatief, als we vrije kunsten belangrijk vinden.

by-nc

Europa, hou ermee op.

Jan Blommaert (en z'n gedachten)

parliament

Jan Blommaert 

Europa begon als een droom van vrede, vrijheid en democratie en is nu een nachtmerrie van business-class lobbycratie, verarming, uitsluiting en surveillantie geworden. Terwijl “eurosceptici” tot nu toe vrijwel allemaal in de extreemrechtse, nationaalchauvinistische en racistische hoek moesten worden geplaatst, heeft deze categorie er de laatste jaren een enorme nieuwe groep bij gewonnen. Miljoenen mensen in de Unie keren zich tegen Brussel vanuit een kritiek op het asociale en antidemocratische karakter van de instellingen. En nog meer miljoenen keren zich gewoon af van het Europese project, en zien het enkel als een zoveelste laag irrelevante bureaucratie die hen bestuurt maar niet begeestert. De soms extreem lage opkomst bij Europese verkiezingen toont dit constant aan.

De EU groeide op de belofte dat de “Europese waarden” geleidelijk aan de nationale waarden zouden overstijgen en irrelevant zouden maken. Die Europese waarden, dat waren de waarden van de Verlichting (niet die van…

View original post 1.487 woorden meer

Vlaanderen Vlaams: een onrechtvaardige samenleving

Jan Blommaert (en z'n gedachten)

2014-03-16_vlaams-zangfeest-32

Verschenen in Knack, januari 2013

Jan Blommaert 

In Vlaanderen Vlaams – deze slogan doet het weer goed. In Antwerpen hanteert het nieuwe bestuur het Nederlands als een kroonjuweel in haar welzijnsbeleid, incluis het beleid rond sociale huisvesting; de gratis tolkendiensten worden er afgeschaft. En Minister Bourgeois geeft De Wever en Homans een duwtje in de rug door te overwegen het vereiste taalniveau voor nieuwkomers in de sociale sector op te trekken van A1 tot A2.

Gevraagd om uitleg trekt men de kaart van de vermoorde onschuld. “Het is toch vanzelfsprekend dat men enkel aan deze samenleving kan deel nemen wanneer men de taal spreekt”, “of is dat teveel gevraagd misschien?” Het argument heeft immers iets vanzelfsprekends: juist, ja, we kunnen zaken doen met mekaar wanneer we elkaar verstaan. Dus wie kan daar nu tegen zijn?

Het antwoord is: taalkundigen zoals ik. Mensen die er hun beroep van hebben gemaakt de…

View original post 705 woorden meer