Geen linkse intellectuelen in de hitlijst

Eric_Corijn_-_Seminci_2016

Eric Corijn

De intellectuele hitlijst in De Morgen toont de spanwijdte van het debat in Vlaanderen. Goed dat Joël De Ceulaer de moeite neemt voor wat achtergrondcommentaar. Dat er wat te zeggen valt over de 116panelleden met (slechts) 38 vrouwen en 16 mensen uit de migratie. Dat gender of culturele diversiteit niet de uitslag bepalen omdat vrouwen niet persé vrouwen nomineren. Opvallend ook dat de grootste groep uit de media komt (36) en dat er relatief weinig academici zelf werden bevraagd (24). De duiding kan nog verder gaan. Gaat het om “invloedrijk” of om “bekendheid en zichtbaarheid”? Welke ideeën preciesbeïnvloeden de publieke opinie en hoe wordt dat gemedieerd?Wat waren de selectiecriteriavan de panelleden zelf? Drie namen oplijstenmaakt in één beweging zowel de longlist als de rangorde op. Mocht er zoals bij de Oscars een longlist en dan een shortlist worden voorgelegd dan krijg je verzekerd een andere uitslag. Twee conclusies toch: de samenstelling is op dertig jaar tijd gevoelig veranderd en hangt vooral samen met de schermbekendheid. En de tijdsgeest, mede geproduceerd door die media, maakt dat het diversiteitsdebat domineert. Wat mij vooral ook opvalt is dat er in de top tien geen enkele linkse intellectueel voorkomt. Het debat wordt dus gekaderd tussen het liberale centrum en uiterst rechts.

De topintellectueel heeft in Vlaanderen inderdaad het radicaal rechtse politiek project een ideologische onderbouw gegeven. Puttend uit het conservatieve antiverlichtingsdenken heeft De Wever het Vlaams nationalisme weggetrokken van de platte uiterst rechtse bloed en bodem. Het uitsluitingsdiscours zit nu vervat in een protectionistisch politiek-economisch beleid. Daartoe behoort ook een autoritair leidersprofiel, dat nogmaals tot uiting komt in de weigering in discusie te treden. Is ook niet nodig als men de top tien “invloedrijkste” denkers bekijkt. Want wie levert een alternatief denkkader? Met wie zou De Wever en over wat dan wel in discussie moeten gaan?

Interessant is immers het dubbelinterview met de nummers twee en drie. Wat haalt interviewer De Ceulaer zelf naar voren? Loobuyk: “Zowel rechts als links ergeren mij soms” en Van Reybroek: “Laten we écht in het moedige midden staan”. Tja. Daar wordt De Wever niet echt bang van. Het – overigens interessante – gesprek gaat over de pacificatie van een samenleving en hoe daarvoor in Vlaanderen noch de nodige nuance bestaat (Loobuyck) en evenmin de nodige politiek democratische praktijk (Van Reybroeck). En dus zoekt de ene vooral naar een nieuwe mentaliteit via interreligieuse dialoog, genuanceerd “gezond verstand” en beter onderwijs. En de ander bepleit andere democratische procedures in termen van directe of collaboratieve democratie,of nog  loting van vertegenwoordigers. Beiden vinden dat er teveel of verkeerde conflicten zijn.  Beiden vallen ook terug op de klassieke liberale politieke filosofie. Die gaat uit van een methodologisch individualisme en het bestaan van een natuurlijke basis voor de gemeenschap: het cultureel afgebakende volk. De natiestaat als horizon voor democratie. En ik zou niet weten wie bij de zeven andere in de toptien dat kader overstijgt. Allen blijven steken in het politieke liberalisme.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat in het tweegesprek omzeggens niet wordt gesproken over de toestand van de wereld en de economie, over de grote planetaire uitdagingen en hoe daaraan iets te doen. Geen woord over onze totaal scheefgegroeide verhouding met de natuur. Over de klimaatsuitdaging waarin men sneller de doelstellingen afzwakt dan resultaten boekt. Over de catastrofale neergang van biodiversiteit. Over de uitputting van grondstoffen. Over de slechte kwaliteit van voedsel en leefomgeving. Geen woord ook over de groeiende sociale ongelijkheid in de wereld. Laat staan over de structurele uitdieping van die ongelijkheid in de neoliberale markteconomie, over de nefaste gevolgen van de voortschrijdende privatisering,  over de uitholling van het gemeengoed en de openbare diensten, de afbouw van de welvaartsvoorzieningen. Geen woord ook over de essentie van de verstedelijking die het diversiteitsdebat in een totaal ander kader plaatst. De meerderheid van de wereldbevolking leeft in steden en de meerderheid van de stadsbevolking worden de nieuwkomers. De stad wordt een samenleving van minderheden, waarbij de autochtone nationale gemeenschap steeds minder de referentie is. En dus wordt “samenlevingsopbouw” wat anders dan “gemeenschapsvorming”. Levert onze samenleving dan wel een structurele basis voor samenhorigheid? Gaat het alleen over mentaliteit en procedures?

Al die kwesties vragen om een radicaal ander maatschappelijk model, om een echt “alternatief”! Dat debat blijft onder de mediatieke radar. De discussie wordt herleid tot opstootjes en tot de cosmetische ingrepen om het bestaande systeem bij te sturen. En dus blijft De Wever de lijnen uitzetten en gaat het debat over stijl, polariseren of pacifiëren, onderwijs en burgerschap. En niet over structurele beleidskeuzes: salariswagens of openbaar vervoer, woonbonus of huurwoningen, industriële landbouw of biolandbouw, commons of private markten, reclame of cultuur, gratis onderwijs of arbeidsmarktbeleid, cosmopolitisme of nationalisme, en ga zo maar door. Kunnen de Zeno’s, Afspraken of Terzakes ook daarvoor de poortjes eens openzetten, dan krijgen we misschien eens andere breuklijnen in de lijstjes? Is Stijn Oosterlinck al uitgenodigd over het diversiteitsonderzoek? Is Michel Bauwens al ondervraagdover Commons in Gent? Is Patrick Deboosere al gehoord over zijn pensioenberekeningen? Werd Jan Blommaert al aangezocht over framing, spinning en taalgebruik? Wordt Dirk Holemans opgevoerd over ecosystemische transities? Kwam Pascal De Decker al aan het woord over een alternatief woonbeleid? Vroeg men aan Dirk Jacobs al een andere visie op onderwijs? Is Michiel Dehaene uitgehoord over een nieuwe ruimtelijke ordening? Of Joachim Declercq over de productieve stad? Ico Maly over superdiversiteit? “Invloed” wordt gemaakt via mediatieke framing en zo komt men al dan niet in de lijstjes. En in afwachting blijft De Wever nummer één. TINA: there is no alternative… Terwijl in werkelijkheid: TAMARA: There are many alternatives ready and available.

 

Eric Corijn is cultuurfilosoof en sociaal wetenschapper, hoogleraar VUB

ScreenHunter_860 Jan. 15 12.16

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s